Ter wille van de duidelijkheid voor hun publiek en personeel ingevolge de verschillende beslissingen van de verschillende beleidsniveaus, en bewust van de ernst van de huidige sanitaire crisis, heeft de meerderheid van de bioscopen beslist om de deuren te sluiten na de laatste vertoning van 28/10/2020.  Deze beslissing werd bekrachtigd door het MB van diezelfde 28 oktober dat een algemene sluiting van alle Belgische bioscopen tot en met 19/11/2020 oplegt.

 

Persbericht FCB van 28/10/20

Federatie van cinema’s van België slaat noodkreet – Grootste deel Belgische bioscopen sluit de deuren na laatste vertoning van 28 oktober

Brussel, 28 oktober 2020 – De Vlaamse Regering heeft met de beslissing om de bioscopen te sluiten de marathon van maatregelen afgesloten die door het overlegcomité werd gestart. De bioscoopsector neemt akte van deze beslissingen en het overgrote deel van de bioscopen besluit – voor de duidelijkheid -  om de deuren te sluiten na de laatste voorstelling van 28 oktober.  Hoeveel bioscopen zullen kunnen heropenen?  De openbare federale, Gewestelijke, Gemeenschappelijke en gemeentelijke overheden moeten een sector in gevaar absoluut helpen.

Tijdens deze sanitaire crisis heeft de sector haar verantwoordelijkheid ten volle genomen en heeft hij een opmerkelijk aanpassingsvermogen tentoongespreid aan de steeds strenger wordende maatregelen van de diverse autoriteiten.  Dit aanpassingsvermogen, geloofd door de politiek, heeft het mogelijk gemaakt dat heel wat bezoekers met respect van alle gezondheids- en veiligheidsnormen, goedgekeurd door de experten en het publiek, ontvangen konden worden.

Thierry Laermans, secretaris van de Federatie van Belgische Bioscopen: “In een samenleving in crisis is cultuur meer dan ooit essentieel. Bioscopen zijn toegankelijk voor de hele bevolking, ongeacht leeftijd, afkomst of sociaal niveau en draagt bij tot een unieke en veelzijdige vorm van artistieke expressie. De sluiting van de cinema’s en alle cultuurhuizen betreuren we daarom ten zeerste”.

De huidige sanitaire crisis veroorzaakt een lawine aan onheilspellende berichten van alle overheidsniveaus, van federaal tot gemeentelijk, die onduidelijkheid scheppen over de omstandigheden in de bioscoopzalen.  Het is voor de duidelijkheid waarop ons publiek recht heeft dat het grootste deel van de bioscoopuitbaters ervoor kiest om hun zalen te sluiten na de laatste vertoning van 28 oktober.

Na een sluiting van 100 dagen, gevolgd door een periode waarin de activiteit zwaar verminderd was door zowel de door de overheden opgelegde veiligheidsmaatregelen als door de afwezigheid van blockbusters roept deze tweede sluiting onvermijdelijk de vraag op of sommige uitbaters en in het algemeen de hele filmsector dit nog zullen kunnen overleven.  Aangezien de bezoekcijfers de laatste maanden de 25% van de verwachte aantallen niet bereiken, hebben de uitbaters van kleine, middelgrote en grote bioscopen aanzienlijke verliezen geleden met als gevolg de sluiting van een eerste bioscoop (Cine Star Waregem).  Kunnen de overheden, zowel de federale als de Gemeenschappen, het belang van cultuur in België blijven onderstrepen zonder  duidelijke, gegarandeerde, overeengekomen en proportionele beslissingen te nemen omtrent financiële steun voor de bioscoopsector?

Tot op heden moeten we vaststellen dat er nog geen enkele ernstige hulp aan de bioscoopuitbaters is toegekend, met uitzondering van de Art-House sector die een subsidiecontract heeft.

Wij herinneren de overheid eraan dat de wankele economische situatie of zelfs een sluiting van de bioscopen onvermijdelijk zijn weerslag zou hebben op de Belgische distributie en productie die economisch niet leefbaar kunnen zijn zonder bioscoopzalen.  De economie van de ganse filmsector is gebaseerd op een broos ecosysteem waarvan de bioscoop de sokkel is.   

Thierry Laermans voegt toe: “De impact van deze tweede sluiting zal enorm zijn voor de cinemasector. De sector heeft de tijd nog niet gehad om te herstellen van de eerste lockdownperiode en nu komt er opnieuw een zware klap voor de Belgische cinema’s. En niet alleen voor de Belgische cinema’s, maar voor het volledige ecosysteem van de cinemasector.”

Indien de sociale en economische rol van de bioscopen in de steden belangrijk is voor de verantwoordelijke politici en indien cultuur voor hen een sterke waarde heeft, verwacht de sector een beslissing van hen die proportioneel is aan de ernst van de crisis die de hele sector raakt.

“Momenteel proberen we in gesprek te treden met verschillende politici. Enkel als we samenwerken, met alle regio’s en bevoegde politici, zullen we er in slagen om perspectief te creëren voor de volledige cultuursector.”, aldus Thierry Laermans.

De Federatie van Cinema’s van België verdedigt de belangen van de bioscoopuitbaters in België.  Haar leden ontvangen jaarlijks meer dan 85% van alle bioscoopbezoekers in ons land.

Voor meer info:

LAERMANS Thierry

Secretaris-Generaal 

0495/52 97 12

Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.

 

 

 

 

Geschiedenis van de bioscopen

De vzw 7 Art là levert ons de geschiedenis van de bioscoop in Brussel :  http://www.7artla.org

De vzw 7 Art là heeft als doel het architecturale patrimonium van de bioscoopzalen te beschermen en te promoveren.

De Stomme Film (1896-1927)

In het begin van de 20ste eeuw begint de film aan zijn openbare carrière, als attractie tijdens kermissen, toneelstukken en cabarets.  Beetje bij beetje winnen de voorstellingen aan belang om te eindigen als enige attractie van deze evenementen.  De theaters en cabarets worden bioscoopzalen.  In de loop der jaren kent het hartje van Brussel een exponentiële groei van het aantal bioscoopzalen.  Het comfort is zeer basic!  Mensen zetten zich neer op banken of gewone stoelen, sommigen drinken en glas aan tafel terwijl ze de stomme film geprojecteerd op een gewoon laken zien.  De eerste films zijn zeer ontvlambaar en de eigenaars van een cinematograaf zijn verplicht om het projectietoestel af te zonderen van de rest van de zaal. Zodoende ontstaan de eerste cinematografische theaters met de mythische orkestbak, de balkons en de loges.  Lutetia Palace, Marivaux of ook Agora Palace zijn de eerste grote Brusselse theaters.

De Gesproken film (1928-1939)

Zowel in Brussel als elders, doet de komst van de gesproken film (met le Chanteur de Jazz – 1927) vele oude versieringen van de theaters verdwijnen.  Er komt geluid bij de film en dus wordt de akoestiek uiterst belangrijk. De zalen verwijderen bijgevolg alle versieringen die de verspreiding van het geluid bemoeilijken. Ook het neonlicht doet zijn opmars in de jaren ’30 en dus ook de lichtreclame die de aandacht van de toeschouwers moet aantrekken.

Le Métropole, “Het paleis van de cinema”, met meer dan 3.000 zitplaatsen ziet het licht in oktober 1932.  Hij wordt de grootste bioscoopzaal van de hoofdstad.  De uitbater schenkt vanaf nu even veel aandacht te schenken aan het technische kwaliteit dan aan het comfort van de toeschouwer.

Het jaar daarna, op 6 juli 1933, opent de “Eldorado” zijn deuren op het de Brouckèreplein, op de plaats waar voorheen de Cinema des Princes en nog eerder de Américain lagen. De “Eldorado” is een Art-Déco zaal met een Afrikaans decor en is tot op heden één van de mooiste zalen van Europa.

Enkele jaren later opent nog een andere tempel: Les Variétés in de Mechelsestraat.

De uniformering van de zalen is begonnen!  Dit tijdperk van architecturale internationalisering brengt de mooiste zalen van de hoofdstad voort:  Orient Palace wordt hernieuwd en wordt American gedoopt, Théatre Pathé wordt Cinéac en Modern Palace krijgt, gezien zijn ouderdom de naam Léopold III.

Het gouden tijdperk (1940 – 1959)

De toevloed aan films uit Hollywood die de Amerikaanse bevrijder volgden zorgt voor een ware “boom” in de toeschouwersaantallen.  Een aantal zalen veranderen van naam ter ere van de winnaars van WOII: Roosevelt, Churchill, Monty… of om Amerikaanser te klinken Star, Dixy, Rixy.

De zalen worden gewoner en de eerste complexen komen te voorschijn.  Het eerste complex in Brussel is Cinéma Avenue in de Gulden Vlieslaan die zijn deuren opent in 1957. Cinéma Avenue biedt tegelijkertijd een goed comfort en een diversiteit van het aanbod.  Met zijn 2 zalen is het het eerste bioscoopcomplex ter wereld.

Maar de achteruitgang zet zich vanaf 1957 in: De veranderingen van onze maatschappij, de vermenigvuldiging van de ontspannings- en verplaatsingsmogelijkheden en de komst van de televisie (1958) zorgen ervoor dat een deel van het publiek afhaakt.  De duurder geworden bioscoop verliest zijn functie van volks vermaak en wordt vervangen door de televisie en de weekends worden aan de kust doorgebracht.  De bioscoopuitbaters moeten actie ondernemen en gaan zich specialiseren met themazalen, zoals de Victory in de Nieuwstraat (western en actiefilms).

De kleine buurtzalen sluiten de deuren.  Het is ook de periode van de verdwijning van de grote amfitheaters.  Het merendeel onder hen verdwijnen stil en zonder glorie van het toneel.  Zij worden echter nog steeds ondersteund door enkele filmfanaten die hun zeldzame en laatste supporters zijn.

De Nouvelle Vague en het ontstaan van de complexen (1960 – 1969)

In de jaren ’60 zet de functionalisering van de bioscopen, die ingezet was na de 2de Wereldoorlog, zich voort: De decors worden aangepast aan de tijdsgeest.  De eerste grote zalen worden opgedeeld. De Colisée (Nieuwbrug) volgt het voorbeeld van l’Avenueen is de eerste van een lange rij.

De Multiplex (1970 - …)

In de jaren ’70 heeft elk huishouden een televisie en een auto en verandert de vrijetijdsbesteding. De bioscoopzalen worden opgedeeld en de functionaliteit wordt alsmaar belangrijker.  De bioscopen met meerdere zalen verenigen een maximum aan bioscoopbezoekers op een minimum aan ruimte.  De complexen blijven bij hun doelstelling: Zo veel mogelijk mensen verenigen op een zo klein mogelijke ruimte.  Zo worden de Eldorado en de Métropole geslachtofferd aan deze woede om de zalen op te delen.  In 1974 werd de eerste samengevoegd met haar buur, de Scala om zo een complex van 7 zalen te vormen.  De Métropole ging het nog slechter af, haar balkon werd in 1971 opgedeeld in 2 zalen.

In feite bestaat de bioscoop van morgen misschien al in de Kinepolis. In september 1988 opent hij zijn deuren aan de rand van de stad met grote parkings en 8 zalen voor de bioscoopbezoekers.  Er komen gemiddeld 10.000 toeschouwers per dag.  Volgens een Brusselse criticus “is het de 7de kunstvorm voor de massa in quasi perfecte omstandigheden”.  De Eldorado wordt in 1992 het hoofdschip van de UGC vloot in reactie op de aankomst van Kinepolis.

Video en DVD gooien het landschap van de Brusselse bioscopen overhoop.  De Métropole  en de Caméo verdwijnen en worden een winkel en een speelzaal.  Het is in deze periode dat de overheden zich bewust worden van het patrimonium dat de oude zalen voorstellen.  Een aantal zalen worden monumenten: Grand Eldorado, Plaza, Pathé Palace,…

De 21ste eeuw is de eeuw van het internet en van de sociale media.  De zalen worden aangepast en diversifiëren nog meer om de bioscoopbezoeker die nieuwe vormen van vertier zoekt aan te trekken: 3D, Duplexprojecties (opera, ballet, voetbalwedstrijden,…). Een aantal gemeentelijke bouwprojecten bieden plaats aan nieuwe complexen: De Palace in de Brusselse binnenstad is de volgende op de lijst.

CONTACT US

Dit E-mail adres wordt beschermd tegen spambots. U moet JavaScript geactiveerd hebben om het te kunnen zien.
+32(0)495 52 97 12

AFFILIATIN

WebMaster : J-une